Naar de inhoud
Bronnen

Waar onze gegevens vandaan komen.

Onze duidingen komen uit werken die vrij van rechten zijn: Ptolemaeus’ Tetrabiblos, William Lilly (1647), L. Dow Balliett (1908), Sepharial (1911), Alan Leo (1904) en Vivian Robson (1941). Waar die bronnen zwijgen — bij Uranus, Neptunus en Pluto, die zij niet kenden — schrijven wij zelf, en dan staat dat er ook bij.

Plaatsen en coördinaten
GeoNames (CC BY 4.0) — 238.926 plaatsen met breedtegraad, lengtegraad en tijdzone, doorzocht op onze eigen server.
Tijdzones
De IANA-tijdzonedatabase, met voor Nederlandse geboortes van vóór 7 oktober 1946 een eigen tabel — de database koppelt Amsterdam in die jaren door naar Brussel, en dat geeft de Belgische zomertijd waar de Nederlandse hoort. De verantwoording staat op Hoe wij rekenen.
De wettelijke tijd in Nederland
Dr. R.H. van Gent, Universiteit Utrecht, De wettelijke tijd in Nederland — de primaire bron voor Amsterdamse Tijd (+0:19:32, vanaf 1 juli 1937 +0:20:00) en voor het ontbreken van zomertijd na 1945.
Standen van de tien hemellichamen
astronomy-engine — extern nagerekend tegen Swiss Ephemeris; de grootste afwijking die we vonden is 0,081 boogminuut.

De duidingen, bron voor bron

De duidingsbibliotheek telt 465 duidingen (versie 1.1.0). Elke duiding draagt haar herkomst: een klassieke bron met jaartal, of eigen redactie waar de traditie zwijgt. Hieronder staat elke herkomst die werkelijk in de bibliotheek voorkomt, met hoe vaak — geteld uit het bestand zelf, zodat deze tabel niet uit de pas kan lopen met wat er in een dossier staat.

Herkomst per duiding, aflopend op aantal
HerkomstDuidingen
Huisbetekenissen: William Lilly, Christian Astrology (1647), Boek 1 — overlay-lezing twintigste-eeuws, eigen redactie120
Robson (1941).101
L. Dow Balliett, The Philosophy of Numbers (1908); Sepharial, The Kabala of Numbers (1911) — reeksbrede bron; duidingsteksten eigen redactie78
Jaartrillingen: L. Dow Balliett (1904-1917); Sepharial (1911) — hedendaagse jaarduidingen eigen redactie54
Leo (1904); Robson (1941).35
eigen redactie in de stijl van Robsons intensiteitslezing; Robson zelf behandelt Pluto niet.34
Lilly (1647); Robson (1941).16
Lilly (1647); Leo (1904); Robson (1941).12
eigen redactie. De klassieke bronnen behandelen deze standen niet: Uranus (1781), Neptunus (1846) en Pluto (1930) waren bij Ptolemaeus en Lilly nog niet ontdekt. Geschreven in lijn met de intensiteitslezing van Robson (1941), zonder hem iets toe te schrijven wat hij niet schreef.3
Leo, How to Judge a Nativity (1904); Robson, Astrology and Sex (1941).2
Lilly (1647) over het vierkant; Robson (1941).2
eigen redactie in de stijl van Robsons intensiteitslezing — Robson zelf behandelt Pluto niet; de planeet is pas in 1930 ontdekt.1
Leo, Astrology for All (1899); Robson (1941).1
Lilly (1647) over combustie; Leo (1904).1
Lilly (1647) over Jupiter als grote weldoener; Leo (1904); Robson (1941).1
Ptolemaeus IV.5 (Ashmand 1822); Leo (1904).1
Ptolemaeus IV.5; Robson (1941).1
Ptolemaeus IV.5; Robson, Astrology and Sex (1941).1
Ptolemaeus, Tetrabiblos IV.5 (vert. Ashmand 1822); Leo, How to Judge a Nativity (1904).1
Samen465

Uranus is ontdekt in 1781, Neptunus in 1846 en Pluto in 1930. Wat Ptolemaeus en Lilly over die drie schreven, is dus niets — en Robson (1941), die Uranus en Neptunus wel behandelt, laat Pluto staan. Waar onze duiding over die standen gaat, is hij van ons, en dan staat dat er ook zo bij. Dat is geen tekortkoming van de bibliotheek maar de enige manier om de bronvermelding waar te houden.

Vind je een bron die ons tegenspreekt, dan horen we het graag — de hele berekening staat verantwoord op Hoe wij rekenen.